spacer

Het examen Vertaler

Vernieuwing van het examen
Het huidige examen
De beoordeling van het examen
Eisen A-taalniveau en B-taalniveau
Beschrijving van de onderdelen
Hulpmiddelen tijdens de examens
Reglement en richtlijnen

Vernieuwing van het examen


Het SNEVT-examen Vertaler wordt met ingang van de voorjaarsronde van 2013 vernieuwd. Momenteel wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de nieuwe examens, aan de regelingen en richtlijnen en aan de overgangsregeling. Onder de Veelgestelde Vragen vindt u meer informatie. Tot voorjaar 2013 is de informatie op deze pagina onverkort van toepassing.

Het huidige examen


Het examen Vertaler is een schriftelijk examen dat twee keer per jaar centraal wordt afgenomen. Het heeft steeds betrekking op twee talen: Nederlands (verplicht) en één van de vreemde talen Duits, Engels, Frans, Italiaans, Russisch en Spaans.

Vóór het examen geeft de kandidaat aan welke van beide talen hij als A-taal en welke hij als B-taal wenst te zien aangemerkt. De A-taal is de taal waarin de kandidaat zich naar eigen gevoelen het gemakkelijkst uitdrukt.

Een volledig examen bestaat uit de volgende onderdelen:
  • Vertaling uit de vreemde taal in het Nederlands (3,5 uur)
  • Vertaling uit het Nederlands in de vreemde taal (3,5 uur)
  • Samenvatting, bestaand uit een samenvatting in de A-taal van een in de B-taal gestelde tekst (3,5 uur)
  • Maatschappijkennis (2 uur)

Alle onderdelen worden schriftelijk afgenomen (verdeeld over twee zaterdagen). Het examen beoogt de beroepspraktijk van de vertaler zoveel mogelijk te benaderen. De kandidaat wordt getoetst op zijn vermogen om accuraat en onder tijdsdruk een goede prestatie te leveren. De examenopgaven bevatten aanwijzingen over de herkomst en de beoogde gebruiker(s) van de tekst. Hoe de kandidaat inspeelt op deze aanwijzingen is medebepalend voor het uiteindelijke resultaat.

De beoordeling van het examen


De inhoud van de examens valt onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie. Daarnaast bestaat er voor elke taal een examensubcommissie. Het examenwerk wordt beoordeeld door ten minste twee leden.

Bij de beoordeling van de examenonderdelen Vertalen en Redactie wordt vooral gelet op de communicatieve functionaliteit: de bruikbaarheid en doelmatigheid van de geproduceerde teksten in de vertalerpraktijk staan centraal. Er is gekozen voor twee beoordelingen: een globale en een op het detail gerichte, contrastieve. Zowel taal, stijl en inhoud als hun onderlinge verhouding spelen bij de beoordeling een rol. Door de werkstukken ten eerste door meer dan één corrector en ten tweede zowel globaal als in detail te laten beoordelen, wordt de objectiviteit van de beoordeling zoveel mogelijk gewaarborgd.

De uitslag van ieder examen of examenonderdeel wordt binnen twee maanden na de datum van de laatste examenzitting schriftelijk aan de kandidaten en aan de instelling meegedeeld. Elk examenonderdeel moet met een voldoende (6 of meer) worden afgerond.

Eisen A-taalniveau en B-taalniveau


Een vertaling op A-taalniveau dient zonder verdere redactie geschikt te zijn voor publicatie. De betekenisinhoud van de brontekst moet dus juist, volledig en adequaat zijn weergegeven. De doeltekst moet dus niet alleen grammaticaal foutloos, lexicaal nagenoeg foutloos en intern samenhangend te zijn, maar moet ook wat de stilistische keuzes betreft zijn afgestemd op de beoogde tekstgebruikers. De kandidaat dient bij de keuze van de tekstvorm en de tekstinhoud rekening te houden met de voor het betreffende teksttype in de doeltaal en -cultuur gangbare normen.

Het product van een vertaling op B-taalniveau dient een werkdocument te zijn. De betekenisinhoud van de brontekst is in de doeltaal juist en volledig weergegeven. De doeltekst bevat daarnaast geen grammaticale fouten en geen ernstige lexicale fouten, is verder goed leesbaar en stilistisch acceptabel. De doeltekst behoort zoveel mogelijk te zijn toegesneden op de beoogde tekstgebruikers. Anders dan bij de eisen voor het A-taalniveau hoeft de tekst niet zonder meer geschikt te zijn voor publicatie, maar moet hij wel een zodanig niveau hebben dat hij na revisie door een native speaker van de A-taal in druk kan verschijnen. Deze dient de doeltekst zonder meer te kunnen begrijpen, zonder daarvoor de brontekst te moeen raadplegen.

Beschrijving van de onderdelen



Vertaling uit de vreemde taal in het Nederlands
Dit onderdeel bestaat uit twee vertalingen van elk ongeveer 200 woorden. De teksten zijn van algemeen maatschappelijk-informatieve aard, dus niet specialistisch. Ze zijn onderling verschillend van inhoud en karakter.

Vertaling uit het Nederlands in de vreemde taal
Ook dit onderdeel bestaat uit twee vertalingen van elk ongeveer 200 woorden. Deze teksten hebben hetzelfde karakter als die bij het onderdeel Vreemde Taal-Nederlands. Voor alle talen wordt uitgegaan van dezelfde Nederlandse brontekst.

Samenvatting
Dit onderdeel bestaat uit het samenvatten van een gebruikstekst van ongeveer 1500 woorden (de brontekst) tot maximaal 500 woorden (de doeltekst). De samenvatting wordt gemaakt in de andere taal. De beoordeling vindt plaats op A-taalniveau.

Maatschappijkennis
Het onderdeel Maatschappijkennis bestaat uit 60 open vragen, die door de kandidaat steeds bondig dienen te worden beantwoord in de taal waarin zij zijn gesteld, tenzij anders wordt aangegeven. De stof die aan het vak Maatschappijkennis ten grondslag ligt is niet nauw omschreven, maar in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een kandidaat kennis van en inzicht in verschillende aspecten van de wereld van beide taalgebieden moet hebben. Van de kandidaat wordt een niveau verwacht dat verder reikt dan dat van een algemeen ontwikkeld persoon uit het betreffende taalgebied.

De vragen worden als volgt verdeeld: 35% heeft betrekking op het Nederlandse taalgebied; 35% betreft de cultuur waarin de vreemde taal als hoofdtaal wordt gesproken; 15% van de vragen is contrastief, wat wil zeggen dat ze betrekking hebben op een vergelijking tussen beide taalgebieden; de overige 15% gaat over internationale organisaties en betrekkingen.

Met de bij de SNEVT aangesloten instellingen is afgesproken dat de hieronder opgesomde kennisgebieden deel uitmaken van het curriculum en dus ook van het betreffende examen. De vragen hebben vooral betrekking op die gebieden en zijn afkomstig uit een vaste en in de opleidingen gehanteerde literatuurlijst. Daarnaast dient de kandidaat de actualiteit in het oog te houden. De kennisgebieden zijn (niet uitputtend): internationale organisaties, geografie, staatsinrichting, economie, sociale sector, onderwijs, justitie, media, cultuur en geschiedenis. Om een voorbeeld te geven: onder het kennisgebied ’cultuur’ vallen onder meer (kennis van) godsdiensten, geestelijk leven, kunsten en wetenschappen, hun beoefenaars en hun organisaties, subsidiebeleid, prijzen en sponsoring, kunst, ontspanning en vermaak, beroep en ethiek.

Hulpmiddelen tijdens de examens


Tijdens de schriftelijke examens, met uitzondering van het examen Maatschappijkennis, mag u gebruikmaken van door u meegebrachte naslagwerken en van uw laptop, printer en programmatuur. Hierbij is het toegestaan om gebruik te maken van het lichtnet; dit is echter voor uw eigen risico. Daarom raden wij u aan om te beschikken over voldoende capaciteit aan batterijen en om voor noodgevallen een kabelhaspel mee te nemen. De laptop dient zonder geluidssignalen te werken.

Voor de examens Vertalen VT-NL, NL-VT en Samenvatten moet u gebruikmaken van een Word-sjabloon. U kunt dat sjabloon hier downloaden voor Office 2009/2010 en hier voor oudere versies van Word.

Alleen uitgeprint examenwerk dat voorzien is van uw paraaf mag worden ingeleverd; het inleveren van een diskette is niet toegestaan. U dient daarvoor zelf een printer mee te nemen. Het is niet toegestaan dat kandidaten van elkaars printers gebruik maken.

Met ingang van 1 januari 2007 is gebruik van een laptop verplicht. Handgeschreven werk wordt dan niet meer geaccepteerd, met uitzondering van het onderdeel Maatschappijkennis, waarbij gebruik van de laptop niet is toegestaan.

Contact met de buitenwereld, bijvoorbeeld via telefoon of (draadloos) internet, is ten strengste verboden en kan leiden tot uitsluiting van het examen.

Voor een goede inleiding op het examen en een beschrijving van de manier waarop bepaalde onderdelen worden beoordeeld, kunt u de examenwijzer raadplegen.

Reglement en richtlijnen


Voor verdere informatie over de procedure rond de organisatie van de examens kunt u het Examenreglement raadplegen. De eisen waaraan de examens moeten voldoen en de wijze waarop examens worden beoordeeld, zijn vastgelegd in Richtlijnen. De wijze waarop een kandidaat bezwaar kan indienen tegen de uitslag van het examen is opgenomen in het Reglement Bezwaar- en Beroepsprocedure.