Overal waar sprake is van “hij”, “zijn” en “kandidaat”, wordt respectievelijk hij of zij, zijn of haar en kandidaat of kandidate bedoeld.
In dit examenreglement wordt verstaan onder:
- ‘Het bestuur’: Het Algemeen Bestuur van de Stichting Nationale Examens Vertaler en Tolk in de zin van artikel 7 van haar Statuten (hierna te noemen: SNEVT).
- ‘De instelling’: De instelling die is aangewezen volgens artikel 6.9 WHW en is aangesloten bij de SNEVT, dan wel een bekostigde opleiding voor tolk of vertaler aan een universiteit of hogeschool die is aangesloten bij de SNEVT.
- ‘Het getuigschrift’: Het door een instelling conform artikel 1.12 juncto 7.11WHW uitgereikte HBO-getuigschrift Hoger Onderwijs Tolk.
- ‘Het diploma’: Het diploma Tolk, dat door de SNEVT uitgereikt kan worden indien het examen niet valt onder het reguliere opleidingsaanbod van één van de aangesloten onderwijsinstellingen.
- ‘Het examen’: Het Nationale Examen Tolk.
- ‘Het examenonderdeel’: Een op zichzelf staand onderdeel van het Nationale Examen Tolk.
- ‘De examencommissie’: De examencommissie zoals bedoeld in de statuten van de SNEVT en conform artikel 7.12 WHW belast met het vaststellen van de examenopgaven, het afnemen van het examen en het vaststellen van de uitslagen.
- ‘De examensubcommissie’: De taalspecifieke commissie waaraan de examencommissie bevoegdheden delegeert.
- ‘De commissie vaststelling opgaven’: De subcommissie van de examencommissie die onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de examencommissie belast is met het opstellen van de examenopgaven en de normen.
- ‘Het examenbureau’: Het bureau dat door het bestuur is belast met de fysieke uitvoering van het examen.
- ‘De examenleiding’: Het lid van de examencommissie en/of examensubcommissie of de vertegenwoordiger van het examenbureau, belast met de leiding van de afname van het examen of het examenonderdeel.
- ‘De kandidaat’: Degene die zich heeft ingeschreven als student bij een van de instellingen en zich aanmeldt voor deelname aan het SNEVT-examen.
- ‘De A-taal’: De taal waarin de kandidaat stelt zich het best en meest genuanceerd te kunnen uitdrukken.
- ‘De B-taal’: De taal waarin de kandidaat het niveau van de A-taal nastreeft.
- ‘De Verklaring van geen bezwaar’: Een verklaring van een aangesloten onderwijsinstelling inhoudende dat de praktijkgerichte beheersing van de A-taal en /of de B-taal, de vertaal- dan wel tolkvaardigheid en/of de maatschappijkennis van de examenkandidaat, geen bezwaren oproept tegen deelname aan het desbetreffende examen of examenonderdeel en dat aan mogelijk aanvullend te stellen instellingseisen is voldaan. De verklaring kan betrekking hebben op één of meer examenonderdelen en heeft een beperkte geldigheidsduur.
- ‘De voorzitter’: De voorzitter van de examencommissie.
- ‘De coördinerend voorzitter’: De namens de voorzitter van de examencommissie optredende voorzitter van de examen(sub)commissie Tolk.
- ‘De secretaris’: De secretaris van de examencommissie.
- ‘Leden van de examencommissie’: De leden benoemd door het bestuur overeenkomstig artikel 12 van de Statuten.
- ‘Het College van beroep voor de examens’: Het college ingesteld door het bestuur ter behandeling van beroepschriften.
- ‘De Richtlijnen’: Het document ‘Richtlijnen Examen Tolk’, dat een nadere uitwerking geeft van het Reglement.
- Regelingen: Documenten die een nadere uitwerking zijn van het Reglement en/of de Richtlijnen.
2. De examencommissie van de SNEVT wordt voorgezeten door de voorzitter of namens hem door de coördinerend voorzitter van de examensubcommissies en bestaat uit deze en de voorzitters van de examensubcommissie(s).
3. De examensubcommissies Tolk bestaan uit een coördinerend voorzitter en twee leden. Tenminste één van beide leden is externe deskundige. Eén van beide leden kan docent zijn van de deelnemende onderwijsinstellingen. Bij voorkeur heeft één native-speaker zitting in de examensubcommissie. De voorzitter wordt in functie benoemd door het bestuur voor een periode van drie jaar met mogelijkheid tot herbenoeming voor een aansluitende periode van twee jaar. De leden worden benoemd en opgeroepen voor de duur van één examen.
4. De werkzaamheden van de examensubcommissie(s) worden namens het bestuur gecoördineerd door de coördinerend voorzitter van de examensubcommissie, onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de examencommissie.
5. De inhoudelijke aspecten van de werkzaamheden van examen(sub)commissie(s) worden omschreven in de Richtlijnen.
- zich tijdig heeft ingeschreven voor het examen(onderdeel)
- tijdig het examengeld heeft betaald
- in bezit is van een voor dat examen of de onderscheiden examenonderdelen in de tijd geldige Verklaring van geen bezwaar.
-
Artikel 4
De kandidaat legt bij inschrijving voor het examen of examenonderdeel de volgende stukken over:
- Een bewijs van opname in het bevolkingsregister
- Een door de instelling afgegeven Verklaring van geen bezwaar
- Eventuele stukken waaraan de kandidaat aanspraak ontleent op één of meer vrijstellingen
- Eventuele bewijsstukken van met gunstig gevolg afgelegde examenonderdelen
- Andere stukken waarvan de examencommissie in bijzondere gevallen overlegging kan verlangen.
De examencommissie stelt in overleg met het examenbureau vast op welke wijze en vóór welke datum de aanmelding en betaling van het examengeld voor een examen dan wel één of meer examenonderdelen dient te geschieden.
1. Jaarlijks voor 1 juli wordt door de examencommissie in overleg met het examenbureau vastgesteld en via het examenbureau publiek gemaakt, alsmede via de aangesloten instellingen medegedeeld, waar, wanneer en voor welke taal of talen examens en/of examenonderdelen in het daarop volgende kalenderjaar worden afgenomen. Individuele uitzonderingen ten aanzien van de vastgestelde examendata zijn niet mogelijk.
2. De Kandidaat dient bij elk examen een geldig legitimatiebewijs bij zich te hebben.
3. De kandidaat is verplicht het legitimatiebewijs op verlangen van enig lid van de examencommissie of vertegenwoordiger van het examenbureau gedurende het examen of examenonderdeel te tonen.
De examencommissie kan toestaan dat een gehandicapte kandidaat een examen of examenonderdeel geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden die de lichamelijke gesteldheid van de kandidaat biedt.
De kandidaat heeft recht op eenmalige inzage van het door hem vervaardigde schriftelijke werk en op eenmalig afluisteren van de van het mondeling examen gemaakte geluidsopname. Gelegenheid tot inzage wordt door de instelling via het examenbureau geboden binnen een termijn van twee maanden na bekendmaking van het examenresultaat, met dien verstande dat het werk c.q. de geluidsopname onder verantwoordelijkheid van het examenbureau blijft berusten. In haar verslag legt de examensubcommissie vast hoe de beoordeling heeft plaatsgevonden en op grond waarvan het eindoordeel tot stand is gekomen.
Zie verder: Regeling Bezwaar- en beroepsprocedure.
De kandidaat heeft het recht bezwaar te maken c.q. beroep aan te tekenen op de wijze als aangegeven in artikel 23 van dit Reglement.
Indien een kandidaat zich ten aanzien van de examinering aan enige onregelmatigheid schuldig maakt, kan hem (verdere) deelname aan het examen ontzegd worden. Wanneer het bedrog of enige andere onregelmatigheid eerst na afloop van het examen wordt geconstateerd, kan de kandidaat het getuigschrift en de beoordelingslijst of het certificaat worden onthouden of het reeds uitgereikte exemplaar worden teruggevorderd. In een dergelijk geval kan van restitutie van het betaalde examengeld geen sprake zijn.
Het examen Tolk wordt mondeling en schriftelijk (het examenonderdeel Maatschappijkennis) en centraal twee keer per jaar afgenomen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6
lid 1. Het examen is openbaar waar het gaat om het mondelinge gedeelte.
Zie verder : Regeling Toehoorders
1. Het examen Tolk heeft steeds betrekking op het Nederlands en één vreemde taal. De kandidaat geeft bij inschrijving aan welke van beide talen hij als A-taal en welke als B-taal wenst te zien aangemerkt. Op het getuigschrift wordt aangegeven welke A-taal en welke B-taal de kandidaat heeft gekozen. Eén van de talen is altijd het Nederlands.
2. Het examen Tolk omvat de volgende onderdelen:
A: Tolken, te verdelen in:
A1: Vertolking in het Nederlands van een in de vreemde taal gesproken tekst. Er wordt een voordracht gehouden van ongeveer 3 à 5 minuten (tekst 350 tot 520 woorden), die de kandidaat met behulp van aantekeningen dient te vertolken. De voordracht en vertolking worden op een geluidsdrager vastgelegd.
A2: Vertolking in de vreemde taal van een in het Nederlands gesproken tekst. Er wordt een voordracht gehouden van ongeveer 3 à 5 minuten (tekst 350 tot 520 woorden), die de kandidaat met behulp van aantekeningen dient te vertolken. De voordracht en vertolking worden op een geluidsdrager vastgelegd.
A3: Gesprekstolken in en uit het Nederlands en in en uit de vreemde taal. Dit onderdeel duurt ongeveer 20 minuten (de vertolking inbegrepen). Er wordt een dialoog in het Nederlands en de vreemde taal gepresenteerd, waarbij de tolk steeds van actieve taal wisselt. Zowel dialoog als vertolking worden op een geluidsdrager vastgelegd.
B. Maatschappijkennis (2 uur)
Dit examenonderdeel is voor alle kandidaten gelijk voor wat betreft de vragen over het Nederlandse taalgebied en over de internationale organisaties en verhoudingen; het is tevens gelijkwaardig aan de andere vragen betreffende het B-taal gebied. Dit examenonderdeel is identiek aan het gelijknamige examenonderdeel van het examen Vertaler.
3. Een uitgebreide beschrijving van de inhoud van elk examenonderdeel van het examen Tolk is vastgelegd in de Richtlijnen. Vaste onderdelen van deze beschrijving zijn:
- een algemene beschrijving van de opzet van het examen en de examenonderdelen
- de eisen te stellen aan de examenopgaven
- de vaststelling van de examenopgaven
- de eisen te stellen aan de vertolkingen en het werkstuk voor Maatschappijkennis van de kandidaten
- de eisen te stellen aan de beoordeling van de vertolkingen en het werkstuk voor Maatschappijkennis
- de eisen te stellen aan het examenverslag van de desbetreffende examenzitting.
1. Het examen wordt namens de instelling centraal afgenomen door de SNEVT, die de fysieke organisatie hiervan delegeert aan een examenbureau.
2. De inhoudelijke en procedurele verantwoordelijkheid inzake de uitvoering van de examens ligt bij de examencommissie.
2. Indien de kandidaat een examenonderdeel met voldoende resultaat heeft afgelegd, ontvangt hij daarvan een schriftelijk bericht van het examenbureau. De geldigheidsduur van het behaalde resultaat bedraagt vijf kalenderjaren volgend op het jaar van uitgifte.
3. De vrijstellingsregeling voor het onderdeel Maatschappijkennis luidt als volgt:
Een kandidaat voor het Nationaal Examen Tolk geniet vrijstelling van het examenonderdeel Maatschappijkennis indien hij in bezit is van het Nationaal Diploma Vertaler, dan wel indien hij voor het Nationaal Examen Vertaler het gelijknamige examenonderdeel met voldoende resultaat heeft afgelegd en de vrijstelling nog geldigheid bezit.
De examencommissie kan in bijzondere gevallen bepalen dat van het gestelde in dit artikel wordt afgeweken, echter uitsluitend ten voordele van de kandidaat.
1. De examencommissie bepaalt de opgaven.
2. De voorzitter van de examencommissie of namens hem de coördinerend voorzitter van de examensubcommissie draagt zorg voor de onderlinge afstemming van de opgaven.
Indien een kandidaat een examenonderdeel voor de tweede of een volgende keer aflegt, wordt het laatst behaalde cijfer beschouwd als geldend cijfer, indien dit gelijk is aan of hoger dan een eerder behaald cijfer.
De organisatie van het examen en de examenonderdelen wordt door het examenbureau geregeld onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
De beoordeling van het examenwerk geschiedt door tenminste twee leden van de betreffende examensubcommissie. Indien dit niet tot overeenstemming leidt, beslist de coördinerend voorzitter van de examencommissie Tolken.
1. De uitslag van ieder examen of examenonderdeel wordt binnen een termijn van twee maanden na de datum van de laatste examenzitting door het examenbureau schriftelijk aan de kandidaat en aan de instelling meegedeeld.
2.
Op deze schriftelijke mededeling staat
vermeld:
- de naam en voorna(a)m(en) van de kandidaat
- zijn geboortedatum, geboorteplaats en -land
- het examenonderdeel
- het behaalde cijfer, tussen haakjes gevolgd door het cijfer in
letters
- indien van toepassing op het examenonderdeel, de vermelding
A-taal en/of
B-taal
-
de datum.
De kandidaat dient direct na ontvangst te controleren of de gegevens vermeld
in de mededeling juist zijn. Is dit niet het
geval, dan dient hij het examenbureau hiervan terstond
in kennis te stellen.
3. De examencommissie, en in spoedeisende gevallen de voorzitter of namens hem de coördinerend voorzitter van de examensubcommissie, kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de termijn zoals genoemd in lid 1 van dit artikel.
1. Als resultaat van een examen of examenonderdeel geldt het behaalde cijfer bij dat examen of examenonderdeel.
2 Het oordeel van de examensubcommissie
over de kennis of bekwaamheid van de kandidaat wordt voor ieder
examenonderdeel waarin hij is geëxamineerd, uitgedrukt door een der volgende
aanduidingen, die worden weergegeven door het er achter geplaatste
hele cijfer:
uitmuntend 10
zeer goed 9
goed 8
ruim voldoende 7
voldoende 6
bijna voldoende 5
onvoldoende 4
gering 3
slecht 2
zeer slecht 1
De examensubcommissie maakt tijdens het examen gebruik van het beoordelingschema (voor de betekenis van de coderingen A1, A2 en A3 zie Art. 12,2) zoals beschreven in de Richtlijnen Examen Tolk.
Het beoordelingsschema wordt gelijktijdig met de bekendmaking van de uitslag ter hand gesteld van de kandidaat en in afschrift bij het overzicht van uitslagen ten behoeve van de onderwijsinstellingen gevoegd.
Om voor het examenonderdeel Tolken te slagen dient de kandidaat voor alle beoordelingscriteria tenminste een voldoende (= 5,5 of hoger) te halen. Cijfers lager dan 5,5 mogen in het beoordelingsschema niet voorkomen.
Artikel 21
1. Indien de kandidaat niet is geslaagd voor het examenonderdeel Tolken, maar voor één of meer van de examenonderdelen A1, A2 of A3 wél het gemiddelde eindcijfer 5,5 of hoger heeft behaald, waarbij ook in dat geval geen van de beoordelingscriteria lager dan een 5,5 mag zijn, wordt hem voor het desbetreffende onderdeel c.q. de desbetreffende onderdelen vrijstelling verleend. De geldigheidsduur van een vrijstelling bedraagt vijf kalenderjaren volgend op het jaar van uitgifte.
2. Alleen als de kandidaat geslaagd is voor het SNEVT-examen Tolk en hij voorts heeft voldaan aan alle door de instelling te stellen overige eisen, wordt hem door de instelling het HBO-getuigschrift Hoger Onderwijs Tolk uitgereikt, dat mede wordt ondertekend door of namens de voorzitter van de SNEVT-examencommissie.
3. In het geval zoals beschreven in artikel 22, lid 3, wordt het diploma uitgereikt als de kandidaat is geslaagd voor het SNEVT-examen Tolk.
Artikel 22
1. Op het getuigschrift staat vermeld welke taal de A-taal resp. de B-taal is en welke examenonderdelen in de A-taal dan wel de B-taal zijn afgelegd.
2 Het getuigschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de voorzitter van de examencommissie van de SNEVT of een namens hem gedelegeerd persoon, door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie van de onderwijsinstelling, en door de kandidaat.
3. Indien het examen niet valt onder het reguliere opleidingsaanbod van één van de aangesloten onderwijsinstellingen, kan de SNEVT zelfstandig een diploma Tolk uitreiken.
Zie: Regeling Bezwaar- en beroepsprocedure.
1. Onder verantwoordelijkheid van de examencommissie wordt door de examenleider van een schriftelijk examenonderdeel een protocol opgemaakt. Het protocol wordt ondertekend door de surveillanten. De kandidaat plaatst zijn handtekening bij inlevering van het examenwerk.
2. Iedere examensubcommissie maakt een beknopt examenverslag van het onder haar ressorterende deel van het examen. In de Richtlijnen (paragraaf 6) wordt vastgelegd aan welke eisen deze rapportage dient te voldoen.
Het schriftelijk examenwerk en de gemaakte geluidsopname, alsmede een volledige set examenopgaven, wordt gedurende twaalf maanden na afloop van het examen bewaard in het archief van het examenbureau. In geval van een beroepsprocedure dient het schriftelijk examenwerk bewaard te blijven tot het einde van de beroepsprocedure, dat wil zeggen tot er sprake is van een definitieve uitspraak.
Na de termijn genoemd in artikel 25 kan de voorzitter van de examencommissie het examenwerk doen vernietigen. De overige bescheiden betreffende het examen worden bewaard door het examenbureau.
De examencommissie of namens haar het examenbureau draagt zorg voor de registratie van de behaalde diploma’s in een Register Nationale Examens Vertaler en Tolk.
In gevallen waarin dit Reglement niet voorziet en waaromtrent een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, beslist de voorzitter van de examencommissie of een door hem aangewezen vervanger. De voorzitter deelt deze beslissing zo spoedig mogelijk mede aan de leden van de examencommissie en de voorzitter van het bestuur.
Artikel 29
Indien de SNEVT in de toekomst examens zou gaan afnemen voor andere talen dan die waarvoor ze verzorgd worden op de datum waarop dit Reglement in werking treedt, wordt nagegaan of er met betrekking tot die taal of talen afwijkende bepalingen dienen te worden opgenomen.
Toelichting: Hierbij wordt gedoeld op minder toegankelijke talen waarvoor in Nederland geen opleiding bestaat.
Artikel 30
De SNEVT neemt het examen Tolk af op het niveau ‘gespreks- of basistolk’. Het is mogelijk dat zij in de toekomst tevens examens zal verzorgen voor andere niveaus of specialisaties.
Artikel 31
Dit Reglement kan slechts worden gewijzigd door het bestuur.
Dit Reglement treedt in werking op 1 januari 2009; alle voorgaande Reglementen komen hiermee te vervallen.